Van Hendrick van Klarenbeeck is geen enkel geschrift gevonden. Toch weten we dat hij heeft bestaan, omdat hij tenminste vier kinderen had:
Van Gertjen en Maria is geen achternaam gevonden. Maar wel is het zo dat Stijntje (2x), Gertje (5x) en Dirckje Leenders, de vrouw van Jan, (2x) getuige (meter) waren bij de doop van elkaars kinderen. Jan en Maria Hendricks zijn op dezelfde dag gehuwd en waren getuigen bij elkaars huwelijk. Jan heeft voorts een van zijn kinderen Maria genoemd, misschien naar Maria na haar overlijden. Door het patroniem weten we dat de naam van hun vader Hendrick van Klarenbeeck was.
Het dubbelhuwelijk is een spectaculair begin van de familiegeschiedenis. Hieronder volgt het fragment uit het kerkboek in Gotisch handschrift met vertaling

Post Pascha Anni 1683
14. Aprilis conjunxi Ghijsbertum Theunissen |
Na Pasen van het jaar 1683
De 14e april heb ik Ghijsbertus Theunissen |
Dit fragment was beschadigd en is daarom geretoucheerd. Weggevallen is de aanduiding testes (getuigen) telkens op de laatste regel.
Er is geen ouder geschrift gevonden. Het dubbelhuwelijk is in het kerkboek geregistreerd door A. Schadé, destijds de pastoor van de statie (parochie) buiten de Wittevrouwenpoort te Utrecht. De registraties in dat kerkboek beginnen in 1679 en eerdere boeken zijn niet bewaard gebleven. Hierboven staat een deel van een pagina uit dat kerkboek. Bovenaan de pagina staat 1683 en midden op de pagina staat het dubbelhuwelijk plechtig aangekondigd met: Post Pascha anni 1683. Pasen viel in 1683 op 18 april. Dat lijkt dus niet te kloppen, maar hier stuiten we op een vreemd overblijfsel uit de Middeleeuwen, toen de tijdrekening een Janboel was. Utrecht ging pas in 1700 over op de Nieuwe Stijl, een kalenderhervorming die in Holland al in 1582 was ingevoerd. Hierdoor was het tussen 1582 en 1700 in Holland tien dagen later dan in Utrecht! In Utrecht viel Pasen in 1683 dus op 8 april.
Maria Hendrickx is gehuwd met Gijsbert Theunisse van den Bijlaart. Men moest vóór het
kerkelijk huwelijk in ondertrouw gaan voor het gerecht. Dat zouden we nu de gemeente noemen.
Maria en Gijsbert zijn in ondertrouw gegaan voor het gerecht Utrecht en wel op 7 april 1683.
In de akte daarvan is vermeld dat de achternaam van Gijsbert luidt: Van den Bijlaart en dat
beiden woonden omtrent de Maliebaan. Maria wordt in deze akte Maegie genoemd. Dat is haar
roepnaam geweest. Maegie en Geijsbert kregen vier kinderen; de laatste op 28 augustus 1689.
Maegie is bij of na de geboorte van dit kind overleden. Geijsbert is waarschijnlijk
hertrouwd met Maria Geijsbers de Widt. Doopgetuigen bij de kinderen van Maegie waren
Elisabeth en Catharina Hendrickx. Misschien zijn dit nog twee zusters van haar,
maar daarvoor zijn er te weinig aanwijzingen.
Wijntje Leenders, zuster van Dirckje Leenders, is op 17 juli 1699 getrouwd met Jan Reijcken van Klarenbeeck. Dirckje Leenders was doopgetuige bij drie van hun kinderen. Jan Reijcken moet de zoon zijn geweest van een Reijck van Klarenbeeck. Als deze Reijck een broer was van Hendrick, zouden Jan Reijcken en Jan Hendricksen neven geweest zijn. Dat is echter puur speculeren.
De familie Klarenbeek behoorde tot een achtergestelde bevolkings- groep: de katholieken. In 1580 werd in de Nederlanden de katholieke eredienst verboden. Alle kerken in de stad Utrecht kwamen in handen van de Hervormde Kerk, die in feite de staatskerk werd. Vrijwel geen katholieken werden toegelaten tot openbare ambten. De meeste katholieken behoorden tot de onderlaag van de samenleving, die bestond uit arbeiders en boeren. De stad Utrecht was een van de bolwerken van het protestantisme. Maar de katholieken werden wel gedoogd; dat is in Nederland niets nieuws. In de stad Utrecht waren er enkele schuilkerken en buiten de singels was er ten noordoosten de statie (parochie) buiten de Wittevrouwenpoort. In 1681 gebruikte die een grote schuur als kerk. Daar is dus het dubbelhuwelijk gesloten. Begin 18e eeuw stond de katholieke kerk aan de oostzijde van de Oude Kerkstraat en de pastorie aan de noordzijde van de Biltse Steenstraat, de huidige Biltstraat. Ook in de omliggende dorpen waren de kerken in handen van de Hervormde Kerk gekomen. Dat had tot gevolg dat de katholieken uit De Bilt, Groenekan, Westbroek en Achttienhoven allemaal naar die ene schuilkerk nabij de Biltstraat moesten gaan. Ook de familie Klarenbeek ging dus daar ter kerke. De situatie voor de katholieken verbeterde pas na de Bataafse revolutie, vanaf 1796. In 1839 werd aan de Oudegracht te Utrecht de katholieke Augustinuskerk gebouwd. Na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 werd de statie buiten Wittevrouwen officieel vervangen door de parochie van Onze Lieve Vrouwe. Deze had noordelijke grenzen met parochies te Hilversum, Baarn, Soest en Soesterberg. De parochie en voorheen de statie was dus zeer uitgestrekt.
Bij het kasteel Zuilen behoorde vanaf 1656 de hofstede De Poel te Breukelen.
De hofstede ligt op de kruising van de Kerkvaart en de Vechtdijk en de landerijen die bij de hofstede horen strekken
zich uit tot aan de Broekdijk. In het totaal gaat het om meer dan 15 morgen
(bijna 13 hectare) land. Dichtbij de boerderij ligt een boomgaard. Verder is een
groot deel van het land in gebruik als bouwland. De ‘bruiker’, de pachter dus,
is Jannechien van Claerenbeeck. Jannechien woont nog op De Poel als de boerderij
in 1672 door de Fransen wordt verwoest.
De ligging op een kruising is ook heel aantrekkelijk voor een herberg. Waarschijnlijk
is Jannechien behalve boerin ook herbergierster geweest.
Het is niet bekend dat er een familieband bestond tussen Jannechien van Claerenbeeck en Hendrick van
Klarenbeeck maar opmerkelijk is
wel dat Jan Hendricksen van Klarenbeeck (zijn zoon)
een tapperij, genaamd De Haan, heeft gehad met hofstede en boomgaard aan de
Voordorpsedijk tussen Groenekan en de Bilt.
Zijn dochter Agnes Janse van Klarenbeeck was ook pachter van een herberg met boederij.
Deze was gelegen aan de Gageldijk "in het Binnenweg", gelegen in het gerecht (gemeente)
Westbroek.